back to press overview

De Volkskrant / Een vrouw met twee hoofden (NL)

Thursday November 29 2007

Recensie in de Volkskrant.

 

Geschreven door Merel Bem.


De straatfotografie van Paulien Oltheten geeft een nieuwe draai aan een klassiek genre. Zelfs het werk van haar voorganger Joel Meyerowitz ga je er anders door zien.

 

Er zijn een heleboel redenen te bedenken waarom een jonge fotograaf nooit aan straatfotografie moet beginnen. Bijvoorbeeld ( en dit is niet de minste reden): hij moet het opnemen tegen kanonnen als Henri Cartier-Bresson, Robert Frank, helen Levitt, Weegee, Diane Arbus - legendarische fotografen die een bijdrage leverden aan de rijke traditie van het genre. Sterker nog: die het genre bepaalden, de traditie stuurden. In hun voetsporen gaan staan en overeind blijven is geen simpele onderneming.

En dan heb je nog het moderne leven, met zijn gecontroleerde en gereguleerde vrijheid en de beperkte toestemming voor het maken van portretten. Daar weet Theo Niekus, straatfotograaf, alles van. Hij werd onlangs door agenten beboet, omdat hij volgens hen ' zonder redelijk doel' rondhing op de Dam in Amsterdam.

 

Kortom, genoeg argumenten om je niet te wagen aan straatfotografie. gelukkig heeft Paulien Oltheten (1982) daar niet naar geluisterd. Ze maakte onlangs een boekje ( het verkleinwoord zegt niets over de inhoud; het is gewoon een klein boek) met de titel Theorie van de Straat.

Toegegeven: dat klinkt pretentieus. Als er al zoiets bestaat als een theorie van de straat, dan is het bijna onmogelijk dat Oltheten, die vorig jaar uit de Rijksakademie in Amsterdam gerold kwam, die theorie eens even haarfijn uiteenzet en ontrafelt.

 

Maar wanneer je beter kijkt, wordt duidelijk dat het hier gaat om een totaal subjectieve gedachtegang. Dat zie je al aan de omslag, waarop de titel en de auteursnaam niet werden gedrukt in gewichtige gescheefde letters, maar in het handschrift van Oltheten. En zo persoonlijk als haar hanenpoten zijn, zo eigen zijn ook de foto's ( in kleur en zwart-wit), tekeningen en tekstjes in het boek, alsmede de humor die Oltheten gebruikte om alles aan elkaar te lijmen.

 

In Theorie van de Straat onderzoekt de kunstenaar de manier waarop mensen en hun gedrag de openbare ruimte vormgeven. Ze kijkt bijvoorbeeld lang naar een vrouw die zeven hondjes tegelij uitlaat, fotografeert haar en verduidelijkt met abstracte tekeningetjes hoe baasje en hondjes zich ten opzichte van elkaar bewegen.

Ze bestudeert Spaanse schoolkinderen die van hun rolkoffers rugzakken maken. Hoe de broekspijpen van zittende mannen allengs meer witte stukken been laten zien, naarmate die mannen hun benen verder spreiden. Hoe het dragen van een tas je houding bepaalt en hoe het zitten op een scheve straatbank comfortabeler is als je zelf ook scheef gaat zitten.

Langzaam ontvouwt zich zo inderdaad een theorie, die ongeveer neerkomt op het volgende. Om van Tijs Goldschmidt te spreken ( van wie een essay in het boekje is afgedrukt) : de mens is een dier, een 'zeer intelligente aan' die de straat als zijn natuurlijke biotoop beschouwt. Binnen die omgeving imiteert hij het gedrag van anderen en tegelijkertijd onderscheidt hij zich van zijn soortgenoten door de aanwezige hulpstukken ( bankjes, stoepranden, muurtjes) op geheel eigen wijze te gebruiken.

Olthetens foto's zijn grotendeels snapshots, snel geschoten situatieschetsen, die ze soms later in haar studio 'naspeelt' en fotografeert met zichzelf in de hoofdrol. je zou bijna zeggen: als haar foto's mooi zijn, was dat niet zo bedoeld.

 

Het is interessant Olthetens boekje te vergelijken met een eveneens pas uitgebrachte publicatie met straatfotografie. Van Joel Meyerowitz (1938), ook zo'n kanon uit de fotografische canon, verscheen Out of the Ordinary 1970-1980, naar aanleiding van zijn gelijknamige ( en net beëindigde) tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam.

Oltheten en Meyerowitz belichamen verschillende soorten straatfotografen. De veteraan Meyerowitz schudde in de jaren zeventig de ( Amerikaanse ) fotografie wereld op door resoluut over te stappen naar kleurenfotografie, ook al fotografeerden zijn grote voorbeelden, Henri Cartier-Bresson en Robert Frank, uitsluitend in zwart-wit, wat destijds als enige passende kleurencombinatie voor straatfotografie werd gezien.

Uiteraard moest hij soms snel zijn in het maken van de foto om het 'spontane', jazzy ritme' van de straat te pakken te krijgen, maar over het algemeen zijn zijn foto's bedachtzamer, en scherper, dan de snelle plaatjes van Paulien Oltheten. Niettemin kan ziet.

Bekijk bijvoorbeeld de foto die hij maakte in 1977, van vrolijke mensen in de meest vreemde houdingen tijdens een straatperformance. Die zou in al zijn zotheid zo passen in Theorie van de Straat. Net als de foto van een vrouw die haar baby onder haar grote poncho draagt. Oltheten had er misschien bijgeschreven dat ze een nieuwe soort mens had ontdekt, een met twee hoofden.

Het is maar goed dat er nog fotografen zijn die zich wagen aan straatfotografie. Vooral wanneer dat gebeurt op de manier die Paulien Oltheten zich heeft eigen gemaakt. Zo wordt het genre opgeschud en wakker gehouden, en krijgt het werk van Meyerowitz een fijne opkikker.